Overweging

Wat ik maar wil zeggen, is dat niemand in staat is tot dit soort waterscheidingen tussen goed en kwaad. Politici zijn de eersten om toe te geven dat hun vak bestaat uit het sluiten van compro-missen en het maken van vuile handen. Sartre zei dat ooit ten aanzien van het leven zelf. De mens is daartoe gedwongen. Misschien is dat zelfs zijn verantwoordelijkheid en plicht als mens: geen humaniteit zonder mains sales, wil het geen bleke theorie worden. In deze psalm worden de handen in onschuld gewassen. Dat zal later in ons goede verhaal nog eens iemand doen, op precies het verkeerde moment.

Ik weet van iemand – en verder hul ik mij in nevelen – die heeft bedankt voor een post in de politiek. Zij vertelde dat zij rondom de dingen waar het haar werkelijk om gaat, niet in staat was om compromissen te sluiten. Ik denk dat de psalm hierover gaat. De psalmist gaat niet prat op eigen verdiensten. Hij heeft ergens de Heer leren kennen bij wie hij zich veilig wist, bij wie zijn voet niet wankelde. Hem stond zijn vriendschap voor ogen en in trouw aan de Heer heeft hij gewandeld. Let u bij dat alles op het terechte gebruik van de verleden tijd. Maar in het heden treft hij de vergadering van kwaadstichters en boosdoeners aan. Zij die hun handen vol hebben aan hoererij en smeergeld. Toegegeven, dat neigt misschien naar christelijk fatsoen. Maar in tijden waarin mannen met macht jonge vrouwen ongevraagd bepotelen en oud staatsecretarissen parmantig in hoger beroep gaan omdat zij met belastingaangiften rommelden, weet ik soms niet precies wat ook alweer daartegen was, tegen christelijk fatsoen.

Niet dat de psalmist de verleiding van deze vergaderingen niet kent. Maar hij wil dat niet. Hij wil die weg niet gaan en daarom zoekt hij naar de weg des Heren. Omdat hij ooit zijn vriendschap heeft ervaren. Zich bij de Ene veilig wist en onwankelbaar. Daarom zoekt hij weer naar effen grond.
In een andere vergadering. De vergadering der vertrouwenden en verlangenden naar eenzelfde vriendschap en veiligheid. Aan die overige vergaderingen zullen en kunnen wij ons nooit helemaal onttrekken. Zolang we maar weten en verlangen naar die plek waar we werkelijk willen zijn.

 

Evert Jan de Wijer