Overweging

Israƫl wordt hier opgeroepen een nieuw lied te zingen. Misschien wordt het ooit haar eigen lied. Maar voorlopig is het een lied des Heren. Over zijn woord dat de wateren bedwingt. Over zijn geestesadem die orde schept in hemel en op aarde.

Dat lied. Niet het eigen lied. Dat is het lied van wie zich zelf vrij vecht. In de dagen van de anti apartheidsstrijd zeer begrijpelijk en nabij. Maar voordat je het weet, laat je de slimmeriken van de Zuidas uitvogelen waar je het meest gebeiteld zit. Dat is het vertrouwen op het paard, waarvan deze zelfde psalm rept. Dat is een leugen, zingt de psalm kortweg. Hij zal je niet redden, hoe groot en indrukwekkend zijn vermogen ook is.

Het heeft iets akelig passiefs: niet het eigen, maar het lied des Heren te zingen. Toch getuigt het van grote moed. De moed om te vertrouwen op de vriendschap van de Heer. In de dagen dat de hele wereld zich tot de tanden lijkt te bewapenen, is het verrassend ontwapenend. Zomaar een nieuw lied te zingen!

Evert Jan de Wijer