Overweging

Hoe zouden onze straten, onze paleizen, onze tempels nu weer kunnen spreken van God, zoals de psalmist zich dat voorstelt? Opvallend genoeg doet de psalmist een beroep op het verleden. Hij memoreert hoe ooit samenscholende koningen perplex stonden. Verbijsterd en verward. Dat taalgebruik roept in de grondtekst rechtstreeks het bevrijdingsverhaal uit Egypte op. Hoe Farao perplex stond toen het slavenvolk droogvoets aan zijn tyrannie ontsnapte. Of zij het daarna veel vaker hebben meegemaakt is maar de vraag. Maar zij koesteren deze vriendschap van God in hun tempel. En vanuit hun tempel verbeelden zij zich deze vriendschap over heel de stad. Onze Thomaskerk spreekt van deze bevrijding in heel haar architectuur. Op zondag bevinden wij ons in de woestijn en golft de Rietzee boven ons. Maar wie naar opzij kijkt, ontdekt de tafel van de hoop en de kapel van het vertrouwen. En wie dat tot zich door laat dringen, beziet de stad met andere ogen. Als een stad van onze God die ons geleidt over de dood.

Evert Jan de Wijer